Voeding

huiskrekel

Krekels worden het meest gevoerd aan luipaardgekko’s. Er zijn 4 soorten krekels die als voedseldier worden gebruikt. De meest gevoerde daarvan is de huiskrekel (Acheta Domestica). Deze krekels zijn bij elke terrariumspeciaalzaak en bij sommige dierenwinkels verkrijgbaar. Meestal kost zo’n bakje iets meer dan 2 euro. Kijk voordat je ze koopt even of niet de helft van de krekels al dood is. Ook is het handig om even aan de winkelier te vragen op welke dag van de week hij de krekels binnen krijgt. Dan zijn de krekels het meest vers en gaan ze het langst mee. Vaak zijn de krekels in vier maten verkrijgbaar, stof, klein, middel en groot. Ook wel maat 5, 6, 7 en 8. Jonge gekko’s kun je stofkrekels voeren, als ze dan wat groter worden kun je over gaan op klein en uiteindelijk op middel. De grootste maat is vaak wat te groot en kun je beter alleen voor de kweek gebruiken. Als regel kun je nemen dat de krekels die je voert niet groter zijn dan de kop van de gekko. Als je per twee volwassen gekko’s een bakje koopt heb je genoeg voor een week. Koop niet voor twee weken krekels, want je zult dan zien dat je de tweede week niet genoeg hebt. Hoeveel je voert hangt af van de grootte van de gekko’s en de grootte van de krekels. Als je een keer in de twee dagen 10 krekels per gekko voert zit je meestal wel goed. Je krijgt snel genoeg door hoe veel je moet voeren. Let op het gedrag, hebben ze geen honger meer dan zullen ze niet meer achter de krekels aan gaan en hebben ze genoeg. Zorg er voor dat, vooral bij jonge gekko’s, er geen krekels meer in de bak rondlopen. Als ze overdag slapen kan het zijn dat de krekels ze lastig vallen en zelfs aan de tenen van de slapende dieren gaan knagen. Het gebeurt ook wel dat gekko’s meer eten dan ze op kunnen. Dan vind je braakballen in de bak. Deze lijken op uitwerpselen alleen kun je zien dat de krekel nog niet verteerd is. Als je deze vindt moet je minder gaan voeren.

Als de krekels groter zijn tsjirpen (striduleren) ze. Dit zijn de mannetjes. Vrouwtjes kun je herkennen aan de langere vleugels en de legboor, een zwart staafje aan het achterlijf. Ontsnapte krekels kun je vangen met een kous om de stofzuigerslang. Je kunt ook een bakje met zelfrijzend bakmeel en een bakje met water in de hoek van de kamer zetten. Je hoeft niet bang te zijn voor een plaag, ontsnapte krekels zijn na een dag of twee ook dood. Je kunt deze krekel ook goed zelf kweken.

andere krekels

Behalve de huiskrekel zijn en nog 3 soorten die ook wel als voedseldier gebruikt worden. Hieronder worden ze kort beschreven.

De bandkrekel (Gryllodes sigillatus)
De bandkrekel is te herkennen aan de twee dwarsbanden. Verder lijkt deze krekel erg veel op de huiskrekel. Het nadeel is dat de levenscyclus langer is en daardoor de kweek minder snel gaat. Dit is ook de reden dat ze veel minder gebruikt worden. Deze soort tsjirpt ook meer dan de huiskrekel.

De steppenkrekel (Gryllus assimilis)
De steppenkrekel heeft de zelfde kleur als de huiskrekel. Alleen wordt deze soort 3,5 centimeter groot. Ze tsjirpen minder dan de huiskrekel.

De tweevlekkige veldkrekel (Gryllus bimaculatus)
De tweevlekkige veldkrekel heeft dezelfde geslachtsnaam als de steppenkrekel (Gryllus) en wordt ook even groot. Deze soort is zwart met twee gele vlekken op de vleugels. De veldkrekel is agressiever dan andere krekels en tsjirpt ook een heel stuk harder.

meelwormen

Meelwormen zijn een stuk minder voedzaam dan de wasmot of krekel. Deze circa twee centimeter lange worm is goudbruin van kleur en opgebouwd uit segmenten. De acht millimeter lange eitjes waar deze worm uit komt, worden gelegd door de meeltor. Je kunt ze één voor één voeren en er op letten dat ze worden opgegeten. Ze worden vaker aangeboden in een voeder bakje met een opstaande rand van zo’n drie centimeter. Zo kunnen ze er niet uit kruipen en zullen de gekko’s eten wanneer ze honger hebben. Over het algemeen worden meelwormen gebruikt als bijvoer, maar er zijn ook kwekers die enkel en alleen meelwormen voeren. De meningen zijn hier over verdeeld.

buffalowormen

Buffalowormen lijken erg veel op meelwormen, maar zijn een stuk kleiner. Ze hebben ook net als meelwormen een lage voedingswaarde. Buffalowormen zijn ongeveer een centimeter lang en ontwikkelen zich uiteindelijk tot de buffalokever. Deze wormen kun je op dezelfde manier voeren als de meelworm. Alleen heb je bij de buffaloworm maar een opstaande rand van twee centimeter nodig. Omdat ze zo klein zijn, zijn buffalowormen goed te gebruiken bij het voeren van de jongen.

wasmotten

De larven van de wasmot worden ook regelmatig als voer aangeboden. Deze tot twee centimeter lange larven hebben een hoge voedingswaarde, voer ze daarom niet te vaak, omdat de gekko’s er snel dikker van worden. Dit kan vooral voor het mannetje niet gewenst zijn. Het voordeel van deze larven is dat ze niet snel weg kruipen. Je kunt ze gemakkelijk uit het bakje halen en zullen er niet uit springen zoals krekels dat doen. Ook zijn ze gemakkelijk te vangen door de gekko’s. Het nadeel is dat het leuk kan zijn om je dieren te zien jagen op het voedsel wat je niet zal zien bij het voeren van wasmotten.

kakkerlakken

Kakkerlakken maken een snelle opmars als voedseldieren.

Ze bieden een paar belangrijke voordelen boven krekels:

– ze maken geen geluid
– ze springen niet
– ze zijn voedzamer
– ze gaan langer mee

Een nadeel is wel dat de kweek stukken langzamer gaat dan bij krekels en dat hierdoor de prijs doorgaans wat hoger ligt.
Ze blijven na ontsnapping doorgaans ook een stuk langer leven dan krekels, voorzichtigheid is hierbij dus geboden!
Soorten die vaak worden aangeboden zijn:

– Redrunners (Blatta lateralis -Shelfordella tartara)
– Argentijnse kakkerlak (Blaptica dubia)

nestmuisjes

Ook nestmuizen en nestratten worden gevoerd aan luipaardgekko’s. Ze worden dan gevoerd aan volwassen vrouwtjes om de voortplanting te stimuleren. Het skelet van de nestmuis of nestrat bevat veel calcium wat nodig is voor het leggen van eieren. Deze dieren zijn wat moeilijker te krijgen. Wat je wel veel ziet in dierenwinkels zijn ingevroren nestmuizen / -ratten, maar je moet maar afwachten of jouw gekko die ook eet. Als een nestmuis/rat bij de moeder wordt weggehaald blijft het nog zo’n 48 uur leven. Ze moeten dus snel gevoerd worden. Je kunt ze heel sporadisch aanbieden aan je dieren, omdat ze hier heel snel dikker van worden. Het is zeker geen voedsel voor alledag. Dit voedsel is ook niet noodzakelijk en wordt maar zelden door particulieren gebruikt.

plantaardig

Ook al zijn luipaardgekko’s geen planteneters kun je ze toch heel af en toe wat zacht fruit aanbieden. Niet alle gekko’s eten dit. Vaak kun je ze het leren eten, maar vraag je wel af waarom je dat zou doen.

vitaminen en mineralen

Het is belangrijk dat je alles wat je voert (met uitzondering van nestmuizen / -ratten) bestuift met calcium/vitaminen preparaat. Luipaardgekko’s hebben in de natuur een veel gevarieerder dieet dan in het terrarium, daarom moet er een preparaat

Geen honger…?

van calcium en vitaminen(D3) worden gebruikt om het tekort aan te vullen. Het meest gebruikelijke is in poedervorm, maar er is ook een oplosbaar preparaat voor in het drinkwater verkrijgbaar wat gebruikt kan worden als aanvulling op de poedervorm. Er zijn veel verschillende merken verkrijgbaar. Vaak hebben winkeliers een bekend merk en een huismerk. Over het algemeen beiden goed van kwaliteit. Het bestuiven van je voedseldieren kan wat moeite kosten. Het makkelijkst is om de dieren in een potje te doen met daar in wat poeder. Dan de deksel erop en schudden. Soms moet je even wachten tot het poeder wat is gezakt anders waait het weg en moet je het poeder sneller vervangen. Denk hier niet te makkelijk over, veel luipaardgekko’s hebben een hoge tolerantie en er zal niets aan ze te zien zijn als je dit niet doet, maar op den duur, en zeker als ze eieren gaan leggen, kan dit echt gevaarlijk voor ze worden. De ziekte die hier het gevolg van is heet “rachitis”. Voor meer info over rachitis kijk bij ziekte.

Advertenties